Velen beweren dat Engelsen en Nederlanders het fundament van Shell en Shell’s succes vormen. Of de AVA-beslissing van afgelopen juni dit fundament opnieuw versterkt, zal de toekomst uitwijzen. Feit is wel dat Shell een 100 procent Engels bedrijf wordt – met één hoofdkantoor op Nederlandse bodem. Een mooi moment voor de redactie van Interview om één Nederlander (Pieter van der Linden, SRES Site Manager Den Haag, werkt sinds 1990 met Engelsen samen) en één Engelsman (David Saile, Principal Engineer, werkt sinds 1978 met Nederlanders samen) te vragen naar hun (werk)ervaringen met de andere cultuur.

Trefwoorden:

Shell, Pieter van der Linden, David Saile, Engelsen, Nederlanders, werkvloer, cultuur, cultuurverschillen

Quotes:

Pieter: Als een van je medewerkers niet naar behoren performed, dan moet je dat eerlijk tegen die persoon zeggen. Ik weet dat dit soort gesprekken de meest vervelende zijn die je als baas kunt hebben, maar ook dan moet je duidelijk zijn. En ik denk dat Engelsen er in het algemeen meer moeite mee hebben om iemand duidelijk te maken dat iets ‘niet goed’ is. Het lijkt wel alsof het in hun genen zit om ‘bad news’ netjes te verpakken.

David: Ik werk even plezierig met Nederlandse als met Engelse collega’s en ik vind Nederlanders net zo aardig als Engelsen. Daarmee wil ik niet zeggen dat ik iedereen aardig vind, alleen dat de persoon voor mij veel belangrijker is dan z’n nationaliteit.

>>>>>>>

EERSTE ERVARINGEN
Eind jaren tachtig heeft Pieter van der Linden (44) zijn eerste (werk)ervaring met een Engelse collega. “Ik zat inmiddels ruim tien jaar bij Shell en kreeg een Engelsman als baas. Ik vond dat hartstikke interessant, niet alleen uit cultureel oogpunt, maar ook omdat ik graag wat meer Engels wilde spreken.” Zijn volgende baas, Gordon Cook, is opnieuw een Engelsman – met wie hij overigens nog steeds contact heeft. “Als ik terugkijk op die eerste ervaringen dan geloof ik dat ik soms nogal overdonderend overkwam. Dat heeft misschien te maken met mijn lengte en mijn houding en met het feit dat beide bazen vrij klein van postuur waren.”

David Saile (55) treedt in 1974 in dienst bij Shell en gaat als Mechanical Engineer aan de slag in het Engelse Stanlow. Vier jaar later komt hij in aanmerking voor zijn eerste posting. “Dat was tevens mijn eerste contact met Nederlanders. Ik moest voor een paar maanden naar Pernis. Wat ik me nog als de dag van gister herinner is dat ik op mijn eerste werkdag een fiets zonder remmen kreeg – handremmen, bedoel ik. En dat merkte ik toen ik bij een ‘pipe trench’ moest stoppen. Want in Engeland kennen we jullie ‘terugtraprem’ niet. Ik realiseerde me direct: ‘I’ve got things to learn here.’

PLUS EN MIN
Over de ‘plussen en minnen’ van het werken met Nederlanders of Engelsen op de Shell-werkvloer is David kort: “Ik werk even plezierig met Nederlandse als met Engelse collega’s en ik vind Nederlanders net zo aardig als Engelsen. Daarmee wil ik niet zeggen dat ik iedereen aardig vind, alleen dat de persoon voor mij veel belangrijker is dan z’n nationaliteit.” Over de vele Nederlandse en Engelse bazen die hij gehad heeft, zegt hij hetzelfde: “Een Engelse baas kan net als een Nederlandse ‘the best or the worst’ zijn. Misschien dat sommigen het niet met me eens zijn; het is in ieder geval mijn ervaring.”

“Waar je bij een karaktertrek wel voor moet oppassen, is de plus die min wordt”, zegt Pieter. “Bij mij draait werken met elkaar om drie zaken: ‘respect’, ‘verdraagzaamheid’ en, heel belangrijk, ‘beleefheid’. Want er zijn altijd momenten dat je iemand helemaal niet ziet zitten. Nou, dan heb je geen respect voor die persoon en ben je niet verdraagzaam naar die persoon toe. Dus komt het laatste aspect, het stukje beleefdheid, sterk naar voren. En dat beleefd zijn zie ik terug in de Engelse ‘diplomacy’.”

Een mooie anekdote over de Engelse beleefdheid levert een voorval dat bij David thuis plaatsvond. Hij vertelt: “Het gebeurde ergens in 1981, in de periode dat mijn vrouw en ik onze eerste Nederlandse lessen kregen. We hadden een leraar, van minstens tachtig, die wekelijks een uur bij ons langskwam. Op een goede avond viel hij in slaap terwijl mijn vrouw hem Nederlands voorlas. Toen hij twee uur later wakker werd, zaten wij tv te kijken. Nee, ik geloof niet dat hij doorhad dat-ie een dutje had gedaan.”

IN DE GENEN
Een goed voorbeeld waarbij diplomatiek optreden kan doorschieten, noemt Pieter de ‘slecht-nieuws-gesprekken’ die je als lijnmanager zo af en toe moet voeren. Hij verklaart: “Als een van je medewerkers niet naar behoren performed, dan moet je dat eerlijk tegen die persoon zeggen. Ik weet dat dit soort gesprekken de meest vervelende zijn die je als baas kunt hebben, maar ook dan moet je duidelijk zijn. En ik denk dat Engelsen er in het algemeen meer moeite mee hebben om iemand duidelijk te maken dat iets ‘niet goed’ is. Het lijkt wel alsof het in hun genen zit om ‘bad news’ netjes te verpakken. Het nadeel hiervan is dat de boodschap dan niet bij iedereen aankomt.”

Waar hij met name tijdens gesprekken een ‘ontzettende hekel’ aan heeft, is wanneer een Engelsman tegen hem zegt ‘Yes, I hear the words…’ of ‘I hear what you say’. “Maar vooral ‘Yes, I hear the words’. Waarom ik zo’n hekel aan dat zinnetje heb? Omdat ze dan eigenlijk tegen me zeggen dat ze me totaal niet geloven en dat ik maar wat zit te kletsen. Zeg dan gewoon: ‘Pieter, I’m sorry but I don’t accept your point of view’. Of iets in die trant.”

David heeft geen soortgelijke ervaringen met Nederlanders, wel brengt hij een ander Engels minnetje ter sprake. “Wanneer we voornamelijk in het Engels communiceren, en dat doen we, dan zijn we het onze Nederlandse collega’s verschuldigd om dat zo duidelijk mogelijk te doen. Ik let daar dus altijd op. Daarom schaam ik me een beetje voor sommige van mijn Engelse (en misschien wel meer voor sommige van mijn Amerikaanse) collega’s die niet de moeite nemen om wat langzamer en begrijpelijker te praten.”

TOT SLOT
Afgaand op de ervaringen van beide heren zijn er geen grote haken en ogen aan de Engels-Nederlandse samenwerking. David zegt dan ook dat er wat hem betreft absoluut geen sprake is van ‘an issue’. Pieter besluit met: “Ik wil iedereen op het hart drukken om elkaar ‘the benefit of the doubt’ te geven. Je kunt later altijd nog besluiten dat iemand je vriend niet wordt. Ik denk dat we als Shell-gemeenschap met het loslaten van onze vooroordelen flink wat slagen kunnen maken. En je mag me erop uitdagen als dat niet zo is.”
.
.
.
KADER: WAAR OF NIET?
Engelsen willen best een woordje Nederlands praten; alleen laten Nederlanders hen daar nauwelijks ruimte voor.

Pieter: Helemaal mee eens. Het mooiste bewijs hiervan is Gordon Cook geweest – mijn tweede Engelse baas. Hij was met zijn vrouw op Nederlandse les gegaan, deed ijverig zijn best, maar kwam op een zekere maandagochtend op kantoor en zei: ‘Pieter, I give up.’ Waarom? Nou, bij Shell kon hij niks met z’n Nederlands omdat mijn hele team het hartstikke interessant vond om Engels met hem te praten. Dus toen hij voor de zoveelste keer naar de winkel was geweest, in zijn beste Nederlands een brood had gevraagd, en te horen kreeg ‘You want a bread, sir?’, besloot hij om het op te geven. Hij kon zich hier dusdanig goed in het Engels redden dat hij geen enkele motivatie meer voelde om Nederlands te leren.

David: Het is niet fair ten opzichte van Nederlanders om te zeggen dat een Engelsman geen Nederlands ‘mag’ praten. Het is vaak waar wanneer je naar winkels en andere openbare gelegenheden gaat, maar hier op kantoor heb ik die ervaring niet. In het algemeen denk ik dat we deze stelling te veel als een excuus gebruiken. Willen we echt Nederlands praten, dan is daar zeker ruimte voor.

Nederlanders vinden dat ze ‘eerlijk en direct’ in de omgang zijn; Engelsen ervaren dit echter vaak als ‘bot en ongemanierd’.

David: Ik ben het niet met deze stelling eens. Hij is veel te algemeen. Ik heb mensen uit Yorkshire en andere delen van Engeland gekend die net zo direct zijn als iedere Nederlander. En als een Nederlander me iets recht voor z’n raap vertelt, zie ik dat niet als ‘bot en ongemanierd’ maar als ‘helder en duidelijk’. Wel willen Nederlanders niet altijd beide kanten van een zaak zien en dat kan je als minder prettig ervaren. Dat zie ik trouwens niet als ‘eerlijk en direct’, maar als ‘onvolledig’.

Engelsen vinden dat ze ‘correct en welgemanierd’ in de omgang zijn; Nederlanders ervaren dit echter vaak als ‘stijf en onpersoonlijk’.

Pieter: Als je een goeie relatie met Engelsen krijgt zijn ze echt niet ‘stijf en onpersoonlijk’. Zeker niet wanneer je eens lekker met ze doorzakt in de pub!

David: Opnieuw denk ik dat de stelling veel te algemeen is. Er is nog nooit een Nederlander geweest die tegen me zei: ‘Come on Dave, you’re being English now. Tell me what you really mean!’ Nog nooit. Wat ik wel merk is dat veel Britten zich niet gemakkelijk voelen bij ‘kunstmatige bijeenkomsten’, ‘small talk’ of ‘geforceerde speeches’. Ze zeggen: ‘Ik ben hier om te werken’. Dat gedrag zou ik ‘ietwat gereserveerd’ noemen, niet ‘overgemanierd en stijf’.

Nederlanders menen vaak dat ze de Engelse taal (in woord en geschrift) uitstekend beheersen; Engelsen ervaren dat echter meestal niet zo.

David: Het komt hoogst zelden voor dat het Engels van een Nederlander zo belabberd is dat de betekenis ervan verloren gaat. Binnen Shell is dat in ieder geval mijn ervaring. Wat ik dus wil zeggen over het Engels van een Nederlander is… Is het erg goed? Ja. Is het uitmuntend? Soms. Is het voldoende? Altijd. En daar draait het volgens mij om.

Pieter: Als deze stelling klopt, dan zou ik dat graag willen weten. Kijk ik naar mijn eigen Engels dan merk ik dat het prima is om e-mails of stukken te schrijven, een presentatie te houden of een gesprek te voeren. Maar ik kom net terug van een tweeweekse, volledig Engelse cursus, en dan merk je toch dat de ‘native speakers’ bij de moeilijke stukken tekst een voorsprong hebben. – MH

^^^^^^^^^^^^^

Dit artikel verscheen in Interview, het personeelsblad van Shell Den Haag – rubriek: Spiegelportret (juli 2005).

Noot: De rubriek ‘Spiegelportret’ had ik bedacht voor Interview, het personeelsblad van Shell Den Haag. Deze rubriek liep van maart 2000 tot en met juli 2005 en was zeer succesvol.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s