Wie kent ze niet, de stereotype beelden over mensen met een bepaald beroep? “Reclamemensen? O, je bedoelt die snelle jongens.” Om na te gaan welke (voor)oordelen Shell’ers hebben over bepaalde beroepsbeoefenaren, houdt Interview telefonische mini-onderzoekjes onder willekeurig gekozen collega’s. Het beeld dat hieruit ontstaat, leggen we vervolgens voor aan een representant van de betreffende beroepsgroep. Deze keer: hoe kijken Shell’ers aan tegen bedrijfsjuristen en wat blijft er over van de (voor)oordelen wanneer we deze toetsen aan de praktijk?

Trefwoorden:

Han Kooy, bedrijfsjurist, kleedstijl, karaktereigenschappen, dagbegin, koffiepraat, sportvoorkeur, pakkende omschrijving

Quotes:

“Hij hoeft geen geboren marktkoopman te zijn, maar wat hij zegt moet duidelijk zijn. Een jurist moet verduidelijken, niet verwarren.”

“We zijn niet zo van de dolle personeelsfeesten.”

>>>>>>>

DE (VOOR)OORDELEN VAN DE COLLEGA’S
Hoe kleedt een typische bedrijfsjurist zich? Zonder uitzondering antwoorden de mannelijke ondervraagden: formeel, strak in het pak, met een voorkeur voor antraciet grijs. De vrouwen zeggen: hij is netjes gekleed, in een conservatieve stijl.

Over het soort pakken waarin de bedrijfsjurist zich hijst zijn de meningen minder eenduidig. De ene helft van de ondervraagden ziet hem in een maatpak rondlopen (‘Hij moet immers een goede indruk maken’); de andere helft heeft het over een ‘niet modieus standaardpak’. De vrouwelijke bedrijfsjuristen dragen meestal ‘mantelpakjes in niet al te uitbundige kleuren’, alhoewel ze meer variatiemogelijkheden hebben dan hun mannelijke soortgenoten.

De meest genoteerde essentiële karaktereigenschappen van de bedrijfsjurist luiden: hij is analytisch ingesteld, heeft een vlotte babbel, en kan goed onderhandelen. Vrijwel iedereen geeft aan dat bedrijfsjuristen over het algemeen mannen zijn; bij meer ingewijden bestaat echter de indruk dat de m/v-verdeling binnen Shell 50/50 is.

Het grootste deel van de Shell-collega’s denkt dat de bedrijfsjurist z’n dag begint met ‘koffie’, ‘het doornemen van stukken’ en ‘het voorbereiden van zaken’. Ook wordt ‘het lezen van veel kranten/tijdschriften’ genoemd. ’s Middags gaat hij ‘naar de rechtbank’ of is hij druk met ‘lange zakenlunches’. En ’s avonds werkt hij geregeld wat langer door of neemt-ie stukken mee naar huis.

‘Hij wrikt en wroet, en kronkelt net zo lang totdat-ie een opening heeft gevonden.’

‘Hij is een muggenzifter. Maar dan op een positieve manier.’

Wanneer je een bedrijfsjurist bij de koffieautomaat tegen het lijf loopt, dan zal hij niet/nauwelijks over zijn werk praten. Ook is hij geen echte roddelaar. Immers: ‘Je weet nooit wie er allemaal meeluistert’. En: ‘Hij weet als geen ander hoe iets tegen je gebruikt kan worden’. Eén collega verwoordt het als volgt: ‘hij roddelt voorzichtig’. Doet hij aan small talk dan praat hij over het weer of over andere ‘neutrale’ onderwerpen.

Als een bedrijfsjurist sport, dan is het golf, hockey of zeilen; de wat ‘duurdere’ sporten. Ook zien collega’s hem hardlopen, joggen of squashen. Niemand ziet hem echter aan de gewichten hangen in de sportschool.

Tot slot: een pakkende omschrijving van een bedrijfsjurist blijkt niet zo 1,2,3 te geven. Een paar ondervraagden spreken van een ‘loner’ of ‘einzelganger’. Iemand zegt: ‘Hij wrikt en wroet, en kronkelt net zo lang totdat-ie een opening heeft gevonden.’ Een ander meent: ‘Hij is een muggenzifter. Maar dan op een positieve manier.’

DE REACTIE VAN… HAN KOOY, SENIOR LEGAL COUNSEL
Over de kleedstijl van een typische bedrijfsjurist zegt Han: “Ja, die klopt ongeveer wel. We zijn van nature vrij degelijk.” De controverse tussen modieuze en standaardpakken durft hij echter niet te beslechten: “Tegenwoordig is dat onderscheid niet altijd even helder. Wel denk ik dat er bij de Shell weinig juristen rondlopen die naar Rome afreizen om zich daar een een kostuum te laten aanmeten.” En, inderdaad vrouwen hebben meer keuzemogelijkheden.

Met de ‘analytische instelling’ van de bedrijfsjurist is Han het helemaal eens. “Je moet een probleem kunnen analyseren, kunnen ontrafelen.” Over een ‘vlotte babbel’ hoeft-ie niet per se te beschikken. “Hij hoeft geen geboren marktkoopman te zijn, maar wat hij zegt moet duidelijk zijn. Een jurist moet verduidelijken, niet verwarren.”

Ook denkt Han dat de bedrijfsjurist goed moet kunnen onderhandelen. “In het algemeen lossen juristen en bedrijfsjuristen problemen op. Ze bestormen niet massaal het Paleis van Justitie om daar voor de rechter te gaan ruziemaken.” Verder klopt de 50/50-verdeling tussen mannen en vrouwen wel.

Het beeld van de dagindeling behoeft echter de nodige nuanceringen. “We beginnen tegenwoordig, net als iedere werkende kantoorbeambte, met het lezen van onze e-mails. Pas daarna komen de stukken en zaken aan de orde.” Naar de rechtbank gaat men weinig (‘een rechtszaak is duur en tijdrovend’) en lange zakenlunches zijn niet echt besteed aan de bedrijfsjurist. Omdat het geen 9tot5-types zijn wordt er ’s avonds inderdaad wat langer doorgewerkt. “Om halfzeven is er nog veel volk aanwezig. Maar sommigen beginnen ’s ochtends ook ietsje later.”

‘We zijn niet zo van de dolle personeelsfeesten.’

‘Wanneer sommige mensen nuances niet zien vinden ze ’n ander al gauw een muggenzifter.’

Anders dan de ondervraagden denken praat een bedrijfsjurist geregeld over z’n werk; hij is echter geen ‘toproddelaar’. “Daar gaan we ons niet bovenmatig aan te buiten, nee. We willen uiteraard wel weten wat er zoal gebeurt! Het weer speelt een betrekkelijk onbelangrijke rol in onze conversaties, net als ‘de nieuwe auto’.”

Dan het onderwerp sport. Han: “Ik heb veel gehockeyed, wat gegolfd en een beetje gezeild maar ook veel gevoetbald, ten dele met Shell collega’s. Dus dat beeld klopt wel, ja.” Ook telt hij enkele hardlopers en joggers onder zijn collega’s, én regelmatige sportschoolbezoekers.

Het predikaat ‘loner’ spreekt Han wel aan: “We zijn niet zo van de dolle personeelsfeesten.” Van de Louis Couperus-omschrijving vraagt hij zich af hoe positief die bedoeld is, maar Han beaamt dat een bedrijfsjurist op de vierkante centimeter naar oplossingen zoekt. Dan de ‘muggenzifter’: “Wanneer sommige mensen nuances niet zien vinden ze ’n ander al gauw een muggenzifter. Terwijl er bijvoorbeeld een levensgroot verschil bestaat tussen ‘kleine kinderen’ en ‘kleinkinderen’.”

^^^^^^^^^^

Dit artikel verscheen in Interview, het personeelsblad van Shell Den Haag – rubriek: (Voor)Oordelen (april 2004).

Noot: Deze unieke rubriek bedacht ik begin 2004 voor Interview. Het script werkte ik samen met collega Peter Konter uit; de interviews schreven we per toerbeurt. We kregen veel leuke en positieve reacties op de verhalen!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s